“Absurd dit, kost me weer een stuk van mijn straatje. Dat is toch niet mijn probleem?!” Het was deze week één van de reacties op het vraagstuk afval of in elk geval de trend onder een deel van de reageerders. De lokale overheid liet de afgelopen tijd een ballonnetje op over de benodigde wijzigingen in het inzamelbeleid van afval. Het levert een enkele doordachte reactie op, maar het gros van de mensen is meer bewogen bij een mogelijk extra handeling dan enige oplossing.

Deze dinsdag was het mijn beurt om te koken en het werd een heerlijke zuurkoolschotel. Na een enorme maaltijd keek ik over mijn dikke buik naar de schaal, zelfs na onze prestatie was er nog zeker een derde over. Met weemoed stond ik de schaal leeg te scheppen in de vuilnisbak, boven op de zakjes en aardappelschillen waar alles uitgekomen was.

Veel mensen leven in de overtuiging dat afval een probleem is van een ander. Dat die ‘minderwaardige jongens’ blij mogen zijn dat ze jouw kliko mogen hebben. Dat als een vuilnisbak vol is, je het er maar gewoon naast mag gooien, want dan hadden ‘ze’ het maar eerder leeg moeten maken. Alsof het leegscheppen van de ovenschaal een donatie is aan de samenleving en de overheid. Afval is niet een probleem dat je na een week buiten het hek zet, het is een probleem van ons allemaal. En klagen dat een ander het maar op moet lossen of dat een nieuw idee ‘absurd’ is, is hypocriet. Tot een uur geleden lag mijn ovenschotel nog dampend op mijn bord en nu verwijt ik de gemeente dat zij mijn afvalprobleem niet naar wens oplossen.

“Als ik moet betalen om het in zo’n ondergrondse klep te gooien, dan zet ik er gewoon naast, als er tenminste geen camera’s hangen.” Ook een veelgehoord argument is dat iedereen het maar neer gooit zonder te betalen. Maar als er dan iemand meekijkt met je asociaal gedrag, dan is het anders. Past dat bij onze christelijke roots? Stiekem, zelfingenomen en wijzend naar de ander?

Als je eerste zorg bij afval is dat je een stukje straat te kort komt, waar liggen dan je prioriteiten? Nu ben ik geen natuuractivist en ook geen heilige boon, maar we weten allemaal wel dat het minder kan. Ook in onze rijke en gezegende Bunschoterse samenleving consumeren we enorm. De bult afval die daarbij komt kunnen we niet bij elkaar over de schutting gooien. De aarde opconsumeren en dan elkaar de schuld toeschuiven van de rotzooi die we achterlaten, dat is toch niet zoals we het geleerd hebben? Als we het hier in Bunschoten over rentmeesterschap hebben; hebben we het dan over de rente op je spaargeld? Hoe groot je achtertuin is? Of je geen wandelpaadje door de stadsweiden wil? Of je die gescheiden vrouw bedreigd omdat ze deze maand haar huurhuisje nog niet betaald heeft?

Mijn oma stond vroeger vrijwel wekelijks haar straatje te vegen. Niet richting de weg, maar richting de composthoek, waar ze de bladeren opschepte om later in de groentetuin als compost te dienen. “Ik heb van Hem een klein stukje natuur gekregen” zei ze dan “als ik voor dat kleine stukje niet eens kan zorgen, wat moet ik mijn kinderen dan meegeven?”

De tijd en ons afval verandert. De kleine vuilniszak van vroeger is vervangen door een kleurrijke rij van kliko’s en boxen. Alles wat we kopen is in plastic verpakt. Wie kent nog melk in een fles? Per persoon produceren we ruim 7 keer ons lichaamsgewicht per jaar aan afval.

Afval, behandel het alsof het je eigen probleem is. Beperk je overschot,  probeer te recyclen. Veeg eens je straatje aan. Vraag de buurman of hij zijn zak in de kliko gooit in plaats van in het plantsoentje. Betaald voor het afval dat je maakt, zodat het ook op de juiste manier verwerkt kan worden. Als je je kinderen nog wat mee wilt geven, of beter nog, iets van natuur en kwaliteit voor ze wil achterlaten, wees dan niet afvallig

De kwaliteit van onze samenleving wordt niet bepaald door geld, inkomsten of werk, onze lokale samenleving wordt bepaald door hoe we omgaan met wat ons niet interesseert!